VERSCHILLEN TUSSEN DE ONDERDELEN




Analyse

De mastersrecords van een bepaald atletiekonderdeel zijn niet allemaal even sterk, zoals in de grafieken bleek. Het is niet zo moeilijk om de zwakste records aan te wijzen, maar hoe kom je er achter of een bepaald onderdeel over de hele linie zwak of sterk of afwijkend is? Of anders gezegd: wat valt er te leren uit het vergelijken van een onderdeel met de andere onderdelen?

Eerste analyse: raaklijn

In de grafieken met de records was telkens een raaklijn getrokken als eerste benadering van hoe met de leeftijd prestaties achteruitgaan. Je zou verwachten dat ofwel bij alle onderdelen het achteruitgaan van de prestaties vrijwel hetzelfde verloopt, of dat dat in elk geval zo is bij op elkaar lijkende onderdelen. Dus de 100 lijkt op de 200, de 200 op de 400, kogelstoten op discuswerpen, hinkstap op verspringen.
Zo'n raaklijn start linksboven bij een bepaalde leeftijd, waar de daling van de prestaties begint, de raaklijn gaat vervolgens onder een bepaalde helling (Engels slope) naar beneden. De slope staat voor een percentage verlies per jaar. Deze twee kenmerken van de raaklijnen worden hier in diagrammen naast elkaar gezet:

[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


Dat ziet er niet al te gelijkmatig uit... De 400m van de vrouwen en de mannen lijken niet op de buurafstanden, discuswerpen vrouwen lijkt niet op de andere werponderdelen, enzovoort.
De leeftijd waarop het verval inzet verschilt fors bij verschillende onderdelen, het loopt van 24 tot 44 jaar. Dat lijkt biologisch onwaarschijnlijk.

Tweede analyse: alle raaklijnen

Het bij elkaar zetten van alle raaklijnen geeft ook niet veel informatie, er blijkt vooral dat er behoorlijke verschillen zijn tussen de onderdelen.

[grafiek]


[grafiek]


Het wordt een stuk beter als verwante onderdelen met elkaar worden vergeleken, lopen, springen en werpen dus:

[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


Wanneer een raaklijn steiler is dan een andere, dan kan dat verschillende oorzaken hebben:
A Hoge ingangsleeftijd: records bij jonge masters staan heel sterk
B Records bij oude atleten staan zwak
C Lage ingangsleeftijd: records bij jonge masters staan zwak
D Records bij oude atleten staan sterk
E Het absolute record (OC) staat erg sterk
F Of dat record is erg door doping beïnvloed
G Of combinaties daarvan...

Derde analyse: geen raaklijnen

De raaklijnen geven weinig informatie, beter lijkt het om naar individuele records te kijken. In de grafieken tot nu toe is het grootste deel van het grafiekvlak leeg, alles speelt zich af in een vrij smalle diagonale baan. Dat geeft vrij weinig inzicht, maar daar kan wat aan gedaan worden door niet meer de percentages op de verticale as te zetten, doch slechts hoeveel procent de records verschillen van een of andere schuine lijn waar alle records onder liggen. De schuine lijn is dik zwart in onderstaande grafieken. Deze lijn heeft als enige functie dat de rechterbovenhoek van de grafiek niet meer leeg blijft en dat kleine verschillen wat groter in de grafiek getoond worden, maar is verder volstrekt arbitrair gekozen.

[grafiek]


[grafiek]


Nu kan van alle mastersrecords berekend worden hoever ze onder de dikke lijn hangen. Dit worden negatieve getallen, de bovenrand van de grafiek wordt daarom y=0. De onderkant van de grafiek wordt zodanig gekozen dat het grafiekvlak goed gevuld is:

[grafiek]


[grafiek]


Het is een nogal chaotisch geheel, maar bij de mannen is toch wel te zien dat bij de verschillende disciplines de achteruitgang met de leeftijd niet hetzelfde verloopt. Daarom worden lopen, springen en werpen afzonderlijk getoond:

[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


[grafiek]


Enkele trends

Er worden nu wat verschillen zichtbaar, zowel tussen verwante onderdelen als tussen mannen en vrouwen. Doordat er bij de mannen meer aan atletiek wordt gedaan dan bij de vrouwen (dit geldt voor alle leeftijden en voor alle landen), wordt steeds eerst naar de mannengrafiek gekeken en daarna naar die van de vrouwen. Bij de mannen en de vrouwen is dezelfde basislijn gebruikt (dik zwart in de grafiek een stukje hierboven), dus verschillen tussen de geslachten zouden zichtbaar moeten worden. Waar ik het heb over 'significant' is er geen officiële statistische siginificantieberekening op los gelaten.

Lopen - mannen

Bij de hogere leeftijden lijken de sprints minder hard achteruit te gaan dan de langere afstanden en dit zou wel eens een reëel effect kunnen zijn. De afstanden vanaf 800m lopen vrij aardig gelijk op, waarbij de achteruitgang eerst lineair is om vervolgens (ook bij de sprints) versneld te verlopen. Deze versnelde veroudering lijkt ergens bij 70 à 80 jaar in te zetten.

Lopen - vrouwen

Ook bij de vrouwen liggen de korste afstanden het hoogst in de grafiek, dus wederom gaat veroudering bij de kortste afstanden minder snel dan bij de afstanden vanaf 800m. Bij alle afstanden lopen de lijnen in de grafiek een beetje naar beneden, terwijl ze bij de mannen eerst grofweg horizontaal liepen. Dit betekent dat achteruitgang bij de vrouwen iets sneller gaat dan bij de mannen; het effect lijkt significant. Ook bij de vrouwen is er versnelde achteruitgang bij hoge leeftijden, maar iets minder geprononceerd dan bij de mannen en misschien zet het ook iets later in, bij 75 à 80. Significant? Interessant is dat er geen markant effect te zien is rond de menopauze.

Springen - mannen

Excel heeft voor fletse kleurtjes gezorgd, maar voor de vergelijkbaarheid met andere grafieken, heb ik het maar zo gelaten. Algemene trend: lineair. Bij het hoogspringen minder achteruitgang dan bij de andere springonderdelen. Versnelde achteruitgang pas op hoge leeftijd, 85 à 95 jaar!

Springen - vrouwen

Bij polshoog slechts twee goede records, W35 en W65, de rest is zwak. Het is een nieuw onderdeel voor vrouwen, zeker de oudere groepen zullen het in hun jeugd nooit gedaan hebben. Bij het eveneens nieuwe hinkstapspringen is er niet zo'n geprononceerd effect. Net als bij de mannen toont het hoogspringen het geringste verval met de leeftijd. Versnelde veroudering lijkt eerder in te zetten dan bij de mannen.

Werpen - mannen

Algemene indruk: lineair verval. De verschillende disciplines lopen niet helemaal in de pas, maar misschien zijn de verschillen verklaarbaar. Speerwerpen ligt laag omdat het wereldrecord OC van Jan Zelezny zo ontzettend sterk staat (althans, zo kan je dit interpreteren). Gewichtwerpen bij de jongere categorieë nogal chaotisch en onderontwikkeld, of de wortelformule werkt hier niet. Bij discuswerpen is er een enorme uitschieter bij de M59, deze meneer is echter een keer tegen de lamp gelopen bij een dopingtest en dat record ga ik verder maar negeren. Vraag is natuurlijk of er meer besmette records zijn.

Werpen - vrouwen

Overduidelijk een heel ander patroon dan bij de mannen en dan bij de andere vrouwendisciplines. Is het een hol verlopende kromme, of is het een speciaal effect bij de jongste groepen waarna een ongeveer lineair verval inzet net als bij de mannen? Mogelijke verklaringen: je ziet hier het menopauze-effect, pas vanaf ongeveer 55 gaat het verval net als bij de mannen. Of: bij de jongste categorieën zitten besmette records.

Verder

Uit deze patronen wordt op een volgende pagina een wiskundig model voor age gradings ontwikkeld, waarna dat model gebruikt wordt om de bestaande gradings (systeem 2010) op hun consistentie te onderzoeken.

Zie ook:
Achtergronden van age gradings
Overzicht wereldrecords masters
Drie systemen age grading vergeleken
Een wiskundig model voor gradings
Toepassing van het model



Weia Reinboud (weiatletiek (apenstaartje) xmsnet (punt) nl)

Zie ook mijn atletiekpagina, als die nog niet open is.